275h-1

Wij willen ook wel eens winnen…

Winnen. Wij zijn er niet goed in. Staatsloterij, bankgiroloterij, postcodekanjer. Het wordt ‘m niet. Zelfs die rollade bij de verloting van de voetbalclub gaat aan onze neus voorbij. Maar dat echtpaar aan de Troelstrakade in Sneek dat vorige week € 276.000,00 won bij de Postcodeloterij gunnen we het van harte! Want jaloers zijn we nooit.

Eigenlijk moeten we het wel even een beetje nuanceren. Gisteren kwam er een mail van de Postcode-loterij. We mogen een gebreide kersttrui uitzoeken! We weten ook al welke we gaan kiezen. Janet krijgt een schele eland op de borst en Helle de gevilde kalkoen. Laat de kerst maar komen! Hebben wij ook eens iets gewonnen!

Intussen breken wij onze hersenen op ons andere probleem: vacatures invullen. De economie trekt aan. Bedrijven hebben goede mensen nodig. De rode loper hebben we al uitgerold. Het gebak staat klaar voor de goede mensen. Enthousiast. Vakbekwaam. Flexibel. The best man (m/v) on the job: dáár staan we voor.

Wie wint de prijs voor de beste oplossing? Omdat we zelf (bijna) nooit iets winnen, gunnen we jullie die prijs. Lever ons een kandidaat voor een vacature. Wordt dit een match en werkt hij of zij minimaal 80 uur? Dan krijg jij een Bol.com-bon van € 25.00! Deal? Op zoek! Hieronder staan onze gegevens.

Zo: dan gaan we nu onze kersttruien uitpakken en passen.

Helle en Janet

Schermafbeelding 2016-07-06 om 10.23.24

Helle en Janet vissen graag.

Vissen: heerlijk!. Uren onder een enorme paraplu naar een dobbertje te staren. Verstand op nul, blik op oneindig. Bedenken hoe je het meeste vangt. Welk aas? Is die nieuwe dobber echt zo goed? Toch stiekem kijken hoe het met de vissers om je heen gaat!

Zijn dat de overeenkomsten? Uitzendbureaus vissen vaak in dezelfde vijver, daarin zwemmen de werkzoekenden. Beet! Een kandidaat! Jammer, deze is al een keer aan de haak geslagen. Gooi maar weer terug! Vermoeiend, welke moeten we hebben? En waarom bijten ze niet? Aan ons haakje zit toch het lekkerste aas?

Een droom. We spreken af dat iedereen een eigen stukje oever pakt en wie welke vissoort vangt. De één haalt de palingen eruit, de ander vist op voorn en de derde vangt snoeken. Zo specialiseer je je in één soort zodat je die steeds beter leert vangen.

Maar: waar moeten wij dan gaan zitten aan die oever? Zit er niemand anders op het mooiste plekje? En wat doen we met de vangst? Wij weten precies wie van welke vis houdt en óók wat we zelf lekker vinden. Gaan we naar de Urker visboer of blijven we bij de vijver rondhangen? Iedereen vangt immers genoeg? Dilemma.

De wekker! Weg droom! Aan de slag! Bellen met kandidaten, praten met werkgevers. Business as usual. Maar die droom blijft sluimeren. Tóch die nieuwe hengel kopen? Of misschien een leefnet, want dan kunnen we het vissen aan anderen overlaten… Of?…

Later meer hierover, laat ons nog maar even broeden… euh… vissen!

Helle Koning & Janet van der Horst

Schermafbeelding 2016-07-06 om 10.28.47

 

 

Schermafbeelding 2016-04-21 om 07.13.22

Koffie, gebak en acquisitie

 

Koude acquisitie is lastig en zeker niet onze specialiteit. Je bent één van de velen. En dat zijn we niet. Dat weten we zeker. Maar aan borstklopperij hebben we ook een hekel. Terwijl marketing en reclame wel iets zelfgenoegzaams in zich hebben. Jij zegt toch dat je de beste bent? Wat een dilemma… Volgens ons werkt het anders. Laten we er maar eens een stukje over schrijven.

Een oude uitdrukking zegt ‘als je elkaar de gulden niet gunt wordt het nooit een rijksdaalder’. Voor de jeugdige lezers: een rijksdaalder was 2 gulden 50. ‘De boter alleen op je koek willen hebben’ is nog zo’n antiek gezegde. Tja. Een cliché zou nooit een cliché zijn geworden als het geen waarheid bevat. Denk daar maar eens over na!

Wij draaien al een tijdje mee in de uitzendbranche. En: we zijn niet voor niks gestopt bij grote uitzendorganisaties om zelf te gaan ondernemen in Jobz-on. We zagen de noodzaak om de visie die schuil gaat achter de bovenstaande uitdrukkingen in de praktijk te brengen. Te strak en te fel op directe verkoop acquireren werkt namelijk niet. Een band opbouwen, klanten leren kennen, de gunfactor opbouwen: dáár gaat het volgens ons om.

Zo sturen we regelmatig een kaartje rond met de tekst: ‘Zorgt u voor de koffie? Dan nemen wij taart mee!’ En dat doen we dan ook. Niet om direct te scoren maar om het bedrijf te leren kennen. De bedrijfscultuur absorberen. De behoeftes peilen. Wanneer er later een concrete vraag voor personeel komt weten wij waar we naar moeten zoeken. Want in een ander spreekwoord, ‘geduld is een schone zaak’, geloven wij ook heilig.

Een klant liet ons weten voortaan met een collega-bureau in zee te gaan. Ze hadden een combi-deal gemaakt waarbij ze voortaan elkaars diensten gingen afnemen. Wij zijn vervolgens met een bloemetje zowel bij de klant als bij de collega langs gegaan en hebben ze veel succes gewenst. Resultaat: toen deze ex-klant een ander bedrijf overnam werden wij ingeschakeld.

Schermafbeelding 2016-04-21 om 07.23.51

1935+wedding+lady+alice+montagu+douglas+scott+1

Zeg het met…

Een bos bloemen! Dat gebeurt ons niet iedere dag! Geen naam, geen afzender.

Het helpen van mensen, of het nu werkzoekenden, werkgevers of ZZP’ers zijn, is ons vak. Maar om niet te weten wie de gulle gever van een dergelijke blijk van waardering is….

Maar waar moet je zoeken? En rondbellen en vragen of iemand de gulle gever is staat ook zo stom!

De dagelijkse sleur overwint de verbazing en de nieuwsgierigheid, zo gaat dat nu eenmaal. De afspraken, het werkoverleg, acquisitie, contracten, administratie en andere rompslomp vullen onze tijd. Ruimschoots. Een bos bloemen vergeet je dan.

Na een paar dagen kwam een mailtje. Ik kende de afzender nog. Ze meldde zich een paar jaar geleden bij ons aan. Afkomstig van de Waddeneilanden had ze zich onlangs in Sneek gevestigd. Een frisse wind waaide binnen: spontaan, energiek, werkwillend en enthousiast.

De intake. Wat zijn je ambities, je wensen en alle andere zaken die wij moeten weten om de kandidaat aan een leuke job te helpen? Wat wil je het liefste? Waar gá je voor?

Ze was jaren geleden begonnen en na vlak voor het examen gestopt met een PABO-opleiding. Toen naar de Wadden verhuisd, getrouwd, kinderen gekregen, het eilandleven was compleet. Haar hartenwens, een studie Nederlands, sluimerde op de achtergrond. Zelfs in het bos, duin en zand van het eiland. Na een verhuizing naar Sneek zat ze hier. Ze zocht een baan.

Ik vroeg haar waarom ze de studie niet alsnog ging doen. ‘Als dat hetgeen is wat je het liefst wil moet je het doen!’

Maar ik ben al 46!’ , zei ze, ‘veel te oud om aan een studie te beginnen!’ Wij houden de kandidaat dan een spiegel voor. ‘ Draai het om! Je werkt nog minstens 20 jaar! Zou je dan niet beter datgene gaan doen wat je het liefste doet? Volg je hart!’

Verwarring. Ze beloofde er over na te gaan denken.

Lekker bezig ben ik. Leuke kandidaat en ik stuur haar weg met het idee om te gaan studeren…

Een paar maanden later hoorden we dat ze met de studie was begonnen. Een jaar later haalde ze haar propedeuse, had ze een vervangingsbaan als docente aangeboden gekregen en was ze ook al gevraagd voor een nieuwe vaste job als lerares Nederlands. Reden voor haar om een bos bloemen te sturen.

Moraal van dit verhaal: knok voor je idealen. Pak je kansen. De duvel is oud. Je zult zien dat je, als je ergens écht voor gaat, jij erin slaagt om je wens in vervulling te laten gaan.

En nu staat mijn bureau er fleurig bij. Niet dat ik jullie op een idee wil brengen…

Helle Koning

the_dr9

Het beloofde land

Regine Hilhorst schrijft in haar gedicht ‘Ik was als jij’:

‘Ik was als jij. Gewoon blij.

Nu ben ik een tas met kleren.

Ik kan niet terug.

Ik vlucht steeds weer voor het gillend gefluit.

Dat ogenblik.

Ik wilde nog zeggen hoeveel ik was als jij.

Gewoon blij’

Nederland is gastvrij. Voor toeristen, maar ook voor asielzoekers en vluchtelingen. We zien mensonterende taferelen, hartverscheurende foto’s. En dat alleen maar omdat door het ‘het gillend gefluit’ mensen hals-over-de-kop huis en haard hebben moeten verlaten.

Ze zijn op zoek naar veiligheid, een dak boven hun hoofd en een beetje warmte. Op zoek naar het beloofde land?

De ontvangst varieert van de spreekwoordelijke open armen tot diepgewortelde haat. Van spandoeken met ‘welkom’ tot aanslagen op opvangcentra. Van kledinginzamelingen tot blokkades.

Arnon Grunberg schreef: ‘misschien moeten sommige Europeanen even wennen aan de gedachte dat ook zij in het beloofde land wonen’. Hij heeft gelijk.

Wij hebben de mazzel dat we toevallig in een veilige, politiek-stabiele, beschaafde regio zijn geboren. Daar hebben we niets voor hoeven doen. We leven hier gewoon.

Wij kunnen over alles een mening hebben. En deze ook zonder gevaar verkondigen. We worden er niet voor vervolgd, vermoord of weggejaagd. Of we nu vóór of tegen zijn.

Wij hebben de luxe om te gaan en te staan waar we willen. Veilig, zonder discussie, gedoe en onveiligheid. Wij hebben keuzes, vrijheid én een toekomst.

Over het beloofde land gesproken…

Wij mogen niet mopperen…

 

vintage-bathing-beauties-belles-from-late-19th-century-to-1930s-34

Bouwvak: relikwie uit het verleden of noodzaak?

In het boek Mijn Grootmoeder Had Nooit Gebrek Aan Tijd’, vergelijkt de Zweedse schrijfster Bodil Jönsson het kalme leven van haar grootmoeder met de snelle wereld waarin we nu leven. Hoewel haar oma niet over een (af)wasmachine, droogtrommel, mobiele telefoon en andere hedendaagse tijdbesparende apparaten beschikte had ze áltijd tijd. Terwijl wij nu alleen maar drukdrukdruk zijn, maar wél alles hebben om ons leven gemakkelijker te maken.

Hoe komt dat eigenlijk? En: is het menselijk lichaam wel bestand tegen die constante haast? Kan onze biologische klok het tempo wel aan? Interessant boek, een aanrader.

Het contrast met oma’s tijd is groot. In onze wereld die steeds sneller wordt is de 24-uurs-economie als begrip zó ingeburgerd dat we er niet meer bij stilstaan. Wachtten we vroeger na het versturen van een brief een week op antwoord zijn we nu geïrriteerd als er na twee uur nóg geen reactie op een mailtje is. We appen, smssen, facetimen, tweeten, Instagrammen en noemen dat ook nog communicatie! De wereld wordt steeds bereikbaarder maar ook individualistischer.

Eén voor allen, allen voor één. Je maakt zelf je keuzes, je bepaalt zelf wel wat goed voor je is. Structuren, zoals die waarop de oma van Bodil Jönsson blindelings vertrouwde, verdwijnen.

Een verschijnsel als de ‘bouwvak’-vakantie past daarom ogenschijnlijk niet meer in onze huidige maatschappij. Mensen worden opgelegd wanneer ze op vakantie moeten gaan, geheel tegen de trend in. Projecten worden gestaakt, bedrijven sluiten, een deel van de economie wordt gewoon stilgelegd. Is dat nog wel verantwoord?

Of… vormt een instituut als de bouwvak een laatste baken in een veranderende maatschappij? Hebben we diep in ons hart behoefte aan die overzichtelijke structuur: rust contra werken?

De tijd, de wijze tijd, zal het leren.

Fijne bouwvak!

circa 1915:  Four men wearing long underwear pose in a profile lineup in front of a wooden barrack.  (Photo by Hulton Archive/Getty Images)

De 4e P

‘Dus,’ vraag ik, terwijl ik een zakje koffiecreamer leegschud in een witplastic bekertje gevuld met dampend zwart machine-vocht gemaakt van kunstmatig koffie-extract. Er ligt een monopack met een Frysk Dúmke naast. ‘jullie zijn lekker duurzaam bezig?’.

Terwijl ik de verpakking van dit eetbare stukje Friese folklore open probeer te wurmen voel ik m’n oksels klotsen. Pppfff, wat is het hier warm! De CV-radiator achter me is gloeiend heet. Maar gelukkig, aan de andere kant van het kantoor staat een raam open.

 ‘Jazeker! We reduceren ons papiergebruik, we printen alleen als het nodig is, recyclen ons afval, er komen binnenkort zonnecollectoren op het dak, we doneren aan goede doelen en volgende week fiets ik tegen lepra. De drie P’s weet je wel?’ Trots achterover leunend kijkt hij me aan. Inderdaad, daar heb ik niet van terug. Maar waar kwam ik ook alweer voor?

Echt waar! Ze bestaan nog! Na de vijf P’s van de marketing (kent u ze nog?) zijn er ook de drie P’s voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (Profit, People en Planet).

Duurzaam ondernemen wordt, naar eigen zeggen, gepraktiseerd door vrijwel alle bedrijven en organisaties. Maar: iedereen roept het: wie doet het écht? Wie heeft z’n organisatie zo ingericht dat dit principe daadwerkelijk in alle processen wordt toegepast?

Duurzaam ondernemen is hot. Al jaren. Het heeft zich zelfs ontwikkeld tot een heuse marketingtool (ook al zo’n term…). Dus dan krijg je bedrijfsuitjes waarbij het personeel, smachtend naar bier en bitterballen, demente bejaarden de stad doorduwt. En lezen we een waarschuwing onder emailberichten: ‘print alleen als het niet anders kan!’.

Zien we de electriciteitsvretende higt-tech simulatie in de welkomstruimte waarop wordt weergegeven hoeveel energie er vandaag wordt bespaard door de ózo-effectieve maatregelen. En plassen mannen in een urinoir bij de MacDonalds wat net zo veel water bespaart als een 3-persoons gezin een heel jaar nodig heeft. En iedereen moet het weten! Er is dus een 4e P: de P van Pronken!

Maar toch klopt er iets niet. In de marketing bestaat namelijk nóg een term: USP (Unique Selling Point), onderscheidende eigenschappen die bruikbaar zijn als verkoopargument of reclamethema. En onderscheidend ben je al lang niet meer wanneer je maatschappelijk verantwoord onderneemt. Dat doe je gewoon. Je koketteert er niet mee. Dus: ons zal je er niet over horen…

Zo! Nu eerst een heerlijke kop Max Havelaar-koffie uit een verantwoorde aardewerken wereldwinkel-mok met een scheut biologisch dynamische melk én een stukje UTZ gecertificeerde veganistische worteltaart! Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de ballonnen (maar dan wel van FSC-rubber mét fairtrade label) ophangen!

 

Dunstan-Pruden-1957

Ambacht: uitstervend of springlevend?

Ambacht, volgens het woordenboek: ‘een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist’. In deze snelle digitale wereld waarbij de kennis ogenschijnlijk voor het oprapen ligt hoor je de term niet veel meer. Waarschijnlijk omdat het woord ambacht met ouderwets wordt geassocieerd.

Ikea of Zalando?

De ambachtelijke slager werkt nu in de rechterachterhoek van de supermarkt. Je versleten schoenen laat je niet meer verzolen bij een vakkundige schoenmaker, je  bestelt gewoon online nieuwe bij Zalando of Wehkamp. De ouderwetse groenteboer was niet opgewassen tegen het zelfweegsysteem van de supermarktketens en je schilderij- en fotolijsten bestel je niet meer bij de lijstenmaker maar koop je bij Ikea.

Trots en ambitie

Toch is ambacht iets tijdloos. Het heeft namelijk met vakmanschap te maken. Maar ook met toewijding, inspiratie, ambitie, specialisatie en focus. Dáárom moet de term weer in gebruik worden genomen. Sterker nog: je moet er trots op zijn dat je jouw ambacht beoefent. Je hebt een vak, een passie en wil er nóg beter in worden. Kennis en kunde vergaren, collega’s en andere betrokkenen ontmoeten en elkaar helpen om het ambacht meer glans te geven.

Duizendpoot

Zo benaderen wij ons vak, onze uitdaging, ons ambacht. De benodigde expertise voor de uitzend- en flexibele arbeidsbranche is breed. Je moet administratief vaardig zijn, maar ook met mensen om kunnen gaan. Van werkgevers tot werkzoekenden, van metaalbewerker tot directeur. Commercieel fingerspitzen-gevoel is van belang, evenals zakelijk doorzettingsvermogen, kansen zien en pakken, ondernemend zijn en gevoel voor marketing en communicatie hebben.

Dus tóch een ambacht!

Maar je moet niet alleen ‘doen’, je moet ook strategisch en gestructureerd denken en de relevante ontwikkelingen bijhouden en daar op anticiperen. En natuurlijk je tijd verdelen tussen acquisitie, correspondentie, de kantoorperikelen en alle andere zaken. Kortom: een ingewikkeld en veelzijdig ambacht.

Topvak

Ons ambacht kent geen historie van vele eeuwen met de bijbehorende historische namen. ‘Menschenplaetser’ of ‘Ambachtsliedenverdeler’ lijken mooie achttiende eeuwse termen! Ze bestaan alleen niet.

Toch leeft onze branche van mensen die hun vak zien als een ambacht. Die net zo gepassioneerd met hun vak bezig zijn als wij. Of je nu administratief werk doet of houtbewerker bent, of je nu interieurverzorger of IT-prof bent: wees trots op jouw ambacht! Werkgevers en wij, als intermediairs, zijn daar dolgelukkig mee!

En! Het werken met dit soort gepassioneerde mensen maakt óns ambacht tot een topvak!

Fireman's Cup

Succes? Vier het!

Onlangs hoorden we Wim Anker (Anker en Anker advocaten) zeggen: “Succes moet je vieren. En wel onmiddellijk! Als wij een belangrijke zaak winnen stopt iedereen acuut met werken en duiken we met z’n allen de kroeg in”.

Wim Anker sprak over hún bedrijfscultuur  Hij had het (op zijn eigen kenmerkende wijze) over diverse relevante zaken: over het selectiebeleid van de Ankers, de wijze waarop ze de sfeer bewaken in hun bedrijf, hun bedrijfsfilosofie, de manier waarop ze hun personeelsverloop tot nihil hebben gereduceerd. Maar ook over hun visie op incentives, het feit dat ze met chauffeurs werken voor hun advocaten en vele andere onderwerpen.

Anker en Anker hebben een geheel eigen bedrijfscultuur waar veel ondernemingen van kunnen leren.

Anker heeft een punt als het gaat om vieren van succes. Te vaak wordt voorbij gegaan aan deze momenten, groot of klein. Delen ervan verhoogt de betrokkenheid van de medewerkers en zorgt voor een expliciet “wij”-gevoel.

Wij hebben de andere kant van de medaille gezien. Onze branche is namelijk extreem conjunctuur-gevoelig; op en af dus. Wij waarderen succes zoveel we kunnen en plaatsen daarmee de woorden van Wim Anker in perspectief.  En zo moet het zijn.

Vier je succes en realiseer je dat het niet vanzelfsprekend is. Uiteindelijk straalt dit gevoel uit op je medewerkers, je organisatie en je klanten.

Pfff… als het niks wordt in onze branche kunnen we altijd nog bedrijfstrainer worden …

 

receptionist-on-phone-288x300

De invuldame

Vanochtend belde ik naar een klant. Ik kreeg de telefoniste. Ze noemde niet haar eigen naam maar alleen de naam van het bedrijf. Tenminste, ik veronderstel dat ze met de snel uitgesproken klanken de bedoeling had de firmanaam te noemen.

Ze beveelt: “Uw naam is …”, u belt voor …”.  Een invuldame laat jóu namelijk háar zinnen afmaken: Vreselijk irritant. Alsof ik weer op school zit en de leraar moet aanvullen.

Ik word doorverbonden. Ik krijg, na zo’n afschuwelijk wachtmuziekje, een collega aan de telefoon. Niet de gevraagde persoon hoewel de invuldame mij dat wel beloofd had. Mijn contactpersoon had niet doorgegeven dat ze afwezig was …

Nog meer invuldames…

Laatst had ik een afspraak bij een redelijk groot bedrijf. Achter de receptie zaten pakweg tien invuldames. “U komt voor …?”. Ik moest eerst de zin afmaken en toen een formulier invullen. “U mag daar gaan zitten, u wordt zo opgehaald”.

De medewerkers kwamen intussen binnen om tijdig een goed bureau te vinden tussen de honderden flexibele werkplekken. Iedereen spoedde zich door de hal. Niemand groette de invuldames. De invuldames groetten ook niemand. De kip of het ei …?

Logisch toch ?

Nu weet ik ook wel dat het leven van een telefoniste/receptioniste niet altijd gemakkelijk is. Niet iedereen is zo vriendelijk, geduldig, voorkomend, warm, begripvol, sympathiek, charismatisch en meelevend als ondergetekende (…). Ze krijgen ongetwijfeld véél onsymphatiekere types aan de lijn of aan de balie. Dat bepaalt de standaard toch?

En wat heeft het voor nut om de naam van het bedrijf verstaanbaar uit te spreken? Iedereen die belt weet toch welk nummer hij heeft gedraaid? En je eigen naam hoef je ook niet te noemen, daar is toch niemand in geïnteresseerd? Of wel?…

Zo kan het ook.

Wij kunnen inmiddels vrij aardig op basis van de wijze waarop een telefoongesprek wordt afgehandeld de sfeer van een bedrijf bepalen.

“Is Mevrouw Jansen aanwezig?”

“O ! U belt voor Renate, dat is jammer, ze is net even weg máár: ik zorg ervoor dat u over een kwartiertje terug wordt gebeld. Was er verder nog iets wat ik voor u kan doen? Nee? Oké, dank voor het bellen en een fijne dag verder!”. En Renate belde binnen 10 minuten terug.

Kijk! Dán heb je het gevoel dat je een menselijk wezen aan de telefoon hebt met hart voor de zaak. Ze heeft het niet over een toestelnummer maar over Renate. En dat voel je.

Je kunt ook bij een bedrijf binnenkomen en je direct welkom voelen. Niet omdat dat zo moet maar omdat de organisatie de ruimte geeft daarvoor te zorgen: “Kopje koffie? Goede reis gehad?”.

Tja…

Nu komen jullie natuurlijk met hele andere ogen óns kantoor binnen… Dat dan weer wel…